Sonja van Driel
banner Sonja van Driel fotografie

Over fotografie en flitsen

De uitvinding van de fotografie
Het woord fotografie is afgeleid van het Grieks. Phootos betekent licht, Graphoo betekent schrijven. Fotografie kortom, betekent 'schrijven met licht'.
De fransman Louis Daguerre, die leefde van 1787 tot 1851, wordt beschouwd als een van de uitvinders van de fotografie; in ieder geval is hij de bekendste. Samen met Joseph Nicéphore Niépce (1765-1833) nam hij in 1826 de eerste succesvolle foto. In 1837 (na de dood van Niépce) vond Daguerre het zogenaamde daguerretype uit. Dit was een gepolijste, met een zoutoplossing voorbereide, zilveren plaat. Deze leverde na blootstelling aan kwikdampen (ontwikkeling dus) positieve, spiegelende beelden.
Vanwege het feit dat er geen negatief werd gebruikt, was het niet mogelijk om meerdere afdrukken te maken. Een daguerretype was daardoor uniek.
Omdat de apparatuur erg duur was, was fotografie toen alleen maar toegankelijk voor de rijkere middenklasse. Pas in 1888, na vele verbeteringen van materiaal en techniek, was met de uitvinding van de rolfilm door de firma Kodak fotografie voor iedereen bereikbaar.


De introductie van de flitslamp in de fotografie
Flitslicht in de fotografie is rond 1900 geïntroduceerd. De eerste flitsmethode bestond uit een lichtexplosie, veroorzaakt door het ontsteken van magnesiumpoeder. Toen camera's voor meer mensen beschikbaar kwamen werd de flitslamp geïntroduceerd. In deze eerste flitslamp bevonden zich een kleine gloeidraad en een kluwen fijn metaaldraad (meestal magnesium), in een omgeving waarin zich ook zuurstof bevond. De gloeidraad zorgde ervoor dat de magnesium in enkele tientallen milliseconden met een grote flits geheel opbrandde. Een dikke kunststof coating voorkwam dat het lampje zelf zou exploderen bij het afgaan van de flits. In 1965 bracht Kodak flitslampjes in speciale houders op de markt; het zogenaamde flitsblokje. Dit flitsblokje bevatte vier ontstekingen. Na iedere foto draaide het flitsblokje een kwartslag, waardoor men met één flitsblokje vier foto's kon belichten.
Het flitsblokje is pas in de jaren 80 vervangen door de elektronenflitser. Bij de elektronenflitser wordt het flitslicht opgewekt door een korte ontlading van een spanning van enkele honderden volts in een speciale gasontladingslamp. Het grote voordeel van de elektronenflitser is dat de hoeveelheid flitslicht geregeld kan worden, waarmee het eenvoudiger wordt om in variërende omstandigheden goed belichtte flitsfoto's te maken.
Bij de aanschaf van een flitser, dien je er rekening mee te houden dat camera en flitser compatibel moeten zijn. Zo haal je het maximale uit alle mogelijke flitsmodi en veraangenaam je het gebruik van je nieuwe flitser.
iTTL (Intelligent-Through-The-Lens) is de standaard voor Nikon. De standaard voor Canon is eTTL (Evaluative-Through-The-Lens). De iTTL- of eTTL-typering geeft aan met welk van beide merken (Nikon of Canon) een flitser compatibel is. Flitsers van andere merken dan Canon of Nikon (bijvoorbeeld Sigma en Metz) hebben dus een iTTL- of eTTL-typering. Een eTTL-flitser werkt niet op een Nikon-camera en een iTTL-flitser niet op een Canon-camera.
Wanneer je flitser niet geheel compatibel is met je camera zullen alleen de bruikbare flitsmodi op het LCD-scherm van de flitser verschijnen, de onbruikbare flitsmodi worden niet weergegeven. Indien de camera en flitser niet volledig compatibel zijn, zijn meestal de functies A (diafragmavoorkeur) en M (manueel) wel bruikbaar. Het meest compatibel zijn uiteraard de camera's en flitsers van hetzelfde merk.