Manueel fotograferen in de M-stand
In tegenstelling tot de halfautomatische stand van de camera, dien je in de manuele stand (M) zelf het diafragma, de sluitertijd en de ISO waarde in te stellen. De sluitertijd kan worden ingesteld op waarden tussen de maximale en minimale sluitertijd die jouw camera biedt. Meestal ligt dit tussen 30 seconden en 1/8000 seconde. Het diafragma kan worden ingesteld tussen de laagste en hoogste waarde voor het objectief dat je op de camera hebt gemonteerd. De ISO waarde kan worden ingesteld op waarden tussen de maximale en minimale waarde die jouw camera biedt. Met de belichtingsaanduiding (zie afbeelding 1) in de zoeker en/of achterop het LCD scherm van je camera kun je de belichting afstemmen op de opnameomstandigheden.
Hoe ga je te werk bij het instellen voor foto-opnames met neutrale reflecties?
1. Stel de gewenste ISO waarde in
2. Stel het gewenste diafragma in
3. Kijk door de zoeker, richt op het onderwerp en stel scherp door de ontspanknop half in te drukken. De lichtmeter onder in beeld in de zoeker, geeft nu een bepaalde waarde aan. Deze kan naar de + kant of de - stand staan. Zie afbeelding 1 of 2. Kies nu voor een sluitertijd waarbij de aanduiding van de lichtmeter op 0 komt te staan. Zie afbeelding 3.
Hoe ga je te werk bij het instellen voor foto-opnames met lichte reflecties?
1. Stel de gewenste ISO waarde in
2. Stel het gewenste diafragma in
3. Kijk door de zoeker, richt op het onderwerp en stel scherp door de ontspanknop half in te drukken. De lichtmeter onder in beeld in de zoeker, geeft nu een bepaalde waarde aan. Deze kan naar de + kant of de - stand staan. Zie afbeelding 1 of 2. Kies nu voor een sluitertijd waarbij de aanduiding van de lichtmeter op +1 of +2 komt te staan. Zie afbeelding 1. In feite overbelicht je nu de opname met 1 of 2 stops.
Hoe ga je te werk bij het instellen voor foto-opnames met donkere reflecties?
1. Stel de gewenste ISO waarde in
2. Stel het gewenste diafragma in
3. Kijk door de zoeker, richt op het onderwerp en stel scherp door de ontspanknop half in te drukken. De lichtmeter onder in beeld in de zoeker, geeft nu een bepaalde waarde aan. Deze kan naar de + kant of de - stand staan. Zie afbeelding 1 of 2.Kies nu voor een sluitertijd waarbij de aanduiding van de lichtmeter op -1 of -2 komt te staan. Zie afbeelding 2. In feite onderbelicht je nu de opname met 1 of 2 stops.
Stel nu dat de sluitertijd te traag is bij de combinatie van het diafragma en de ISO waarde. Je wilt bewegingsonscherpte voorkomen en moet een snellere sluitertijd kiezen. Hiervoor verander je het diafragma en/of de ISO waarde met evenveel stops als het aantal stops dat je hebt gewijzigd bij de sluitertijd.
Een voorbeeld:
Je hebt in de manuele camerastand 200 ISO en F8 ingesteld. De lichtmeter staat in het midden op 0 met een sluitertijd van 1/30sec. Je wilt de sluitertijd met één stop versnellen, namelijk naar 1/60. Door de sluitertijd nu op 1/60 te zetten, dien je het diafragma met één stop te openen, namelijk van F8 naar F5.6. Je kunt er ook voor kiezen om het diafragma op F8 te laten staan maar de ISO waarde te verhogen, namelijk van 200 naar 400 ISO.
Tweet

