STAP 1: Plaats het onderwerp ver van de achtergrond en zorg dat er geen licht van een raam op lamp op de achtergrond valt.

STAP 2: Maak eerst een foto zonder flits waarbij het omgevingslicht minimaal 5 stops wordt onderbelicht. De opname moet zwart zijn. Kies als uitgangspunt een camerainstelling van f/11 – 1/125sec – 100 ISO – 60mm

STAP 3: Zorg dat de flitser niet naar de achtergrond is gericht om strooilicht daarop te voorkomen. Zet de flitser aan de zijkant (zie foto hierboven) en gebruik eventueel een flag.

STAP 4: Afhankelijk van de afstand van de flitser stel je het flitsvermogen in op 1/4 en zet de flitskop op 60mm.

STAP 5: Maak een foto met flits van het onderwerp maar zonder dit te laten vallen, zoals op de bovenste foto. Controleer of de belichting het onderwerp goed heeft belicht en pas deze eventueel aan, m.a.w., verhoog of verlaag de flitskracht indien nodig.

STAP 6: Laat de assistent tot drie tellen om het onderwerp te laten vallen en maak de foto.

Variatie met andere onderwerpen en/of andere achtergronden zorgen voor een compleet ander beeld.

Geflitst met twee losgekoppelde flitsers
Variëren met onderwerpen geeft steeds andere resultaten

Terug naar het overzicht van de flitsoefeningen