Hierbij heb je twee flitsers nodig. Op de ene flitskop plak je een gekleurd filter en richt je op de achtergrond, de andere flitser zonder kleurfilter richt je op het model of onderwerp. Zie voorbeeldopstelling hieronder.

De twee flitsers mogen niet in elkaars lichtveld schijnen.

STAP 1: Zorg ervoor dat er geen licht van een lamp of raampartij in beeld is.

STAP 2: Maak een foto zonder flits. Onderbelicht de omgeving met circa drie stops. Kies als uitgangspunt een camerainstelling van f/8, 1/125sec en 100 ISO, maar pas deze aan om het omgevingslicht verder onder te belichten.

STAP 3: Plak een gekleurd gelfilter op de flitskop. Zet de flitser voor het achtergrondlicht aan en kies als uitgangspunt een flitsvermogen van 1/4 en zet de zoomkop op 24mm.

STAP 4: Maak een testfoto met alleen de flitser die op de achtergrond is gericht. Dit is om te beoordelen of de achtergrond naar tevredenheid wordt belicht. Pas eventueel de flitskracht aan om de kleur lichter of donkerder te maken.

STAP 5: Zet de flitser voor het model op een flitsvermogen van 1/8 als uitgangspunt. Om nadruk te leggen op het gezicht zet je de zoompositie op 105mm. Zo werkt de flitskop als het ware als een snoot die het flitslicht bundelt. Let er goed op dat de flitser niet op de achtergrond gericht is (zoals op bovenste foto). Anders zou je het licht van de flitser met kleurfilter wijzigen.

STAP 6: Maak nu de foto met de twee flitsers.

Variatie: Als variatie kun je werken met twee flitsers op de achtergrond waarop je twee verschillende kleurfilters plakt, zoals op de foto hieronder.

Terug naar het overzicht van de flitsoefeningen